Uitgebreid CV

Tjerk Brouwer

Tjerk Brouwer is geboren op 30 december 1954 in Franeker, Friesland. Op jonge leeftijd verhuisde hij mee met zijn ouders naar Amsterdam, waar hij is opgegroeid. Op eerst het Woltjer Gymnasium aan de Keizersgracht en later het Sweelinck College vlakbij het Museumplein heeft hij zijn middelbare schoolopleiding gevolgd.

Daarna ging hij zijn militaire dienstplicht vervullen. Die ervaring deed hem besluiten te opteren voor de Koninklijke Militaire Academie in Breda. In 1980 studeerde hij af in de studie richting Economie & Logistiek en vervulde daarna een aantal operationele logistieke functies in de rang van luitenant en kapitein. In de periode 1982 - 1987 was hij met zijn gezin geplaatst in de toenmalige Bondsrepubliek Duitsland.

Na terugkeer in Nederland werd hij uitgenodigd de studie Hogere Militaire Vorming (HMV) te volgen aan de Hogere Krijgsschool in Den Haag. In 1990 ontving hij het brevet HMV en werd hij bevorderd tot majoor en geplaatst bij de Directie Materieel van de Koninklijke Landmacht (DMKL) als hoofd van de Sectie Verwervingsbeleid.

In deze periode heeft hij de basis gelegd voor zijn uitgebreide kennis en ervaring met de inkoop bij de rijksoverheid. Hij volgde met succes de ISFAH (cursus 20).
In deze functie was hij niet alleen belast met het opstellen van het beleid, maar ook met de uitvoering van grote projecten als contactmanager. Deze projecten betroffen o.a. simulator systemen, in die tijd nog behoorlijk innovatief, in een internationale omgeving.

Tijdens de eerste Golfoorlog werd hij belast met alle contractuele en MOU aspecten van de steun van Nederland aan de USA en het UK.

Na deze functie werd hij bevorderd tot luitenant-kolonel en kreeg de functie van Hoofd Bureau Directeur DMKL. In deze functie was hij vooral verantwoordelijk voor de begeleiding van grote materieelprojecten op het politiek-bestuurlijk niveau.

Na deze functie werd hij lid van het team dat een grote, nieuwe organisatie binnen Defensie ging oprichten, het Defensie Inter-service Commando (DICO), later het Commando Diensten Centrum (CDC) genoemd. Hij was binnen de staf van het DICO (o.a.) verantwoordelijk voor de inrichting en bedrijfsvoering van de inkoop-organisatie.

Van 1990 - 2001 was hij werkzaam als commandant van 200 Bevoorradings- en Transportbataljon in Nunspeet en in die periode werd hij uitgezonden als commandant van het National Support Element (NSE), later de Senior National Representative van de KFOR operatie in Kosovo.

Toen Nederland zich terugtrok uit deze operatie was hij verantwoordelijk voor de terugkeer van personeel en materieel naar Nederland, de zgn. redeployment. Tijdens die operatie maakte hij voor het eerst kennis met het verkopen van Defensie materieel en middelen in een internationale omgeving.

Na terugkeer naar Nederland werd hij bevorderd tot kolonel en opnieuw geplaatst bij het DICO als hoofd van de Afdeling Beleid en Bedrijfsvoering. Het DICO was in omvang sterk toegenomen en hij kreeg zowel beleidsverantwoordelijkheid voor de personele en de materiŽle processen als verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering. Op stafniveau was hij voor het DICO de eindverantwoordelijke voor het inkopen bij het DICO.

In 2003 werd hij overgeplaatst naar de DMKL, toen van naam veranderd naar Materieellogistiek Commando, het MatLogCo, van de Koninklijke Landmacht. Hij werd Hoofd van de Productgroep Verwerving, op uitvoerend niveau de hoogste verantwoordelijke voor inkoop en verkoop bij de Landmacht.

In die periode was de omvorming en reductie van de strijdkrachten reeds gestart.
Tjerk werd aangesteld als voorzitter van het projectteam dat de in- en verkoopafdelingen van de materieeldirecties van Marine, Landmacht en Luchtmacht moest integreren in ťťn Ressort Verwerving binnen de Defensie Materieel Organisatie, de DMO. Deze organisatie ontstond door de integratie van de materieeldirecties van de verschillende krijgsmachtdelen. Het projectteam moest niet alleen een nieuwe organisatie ontwerpen, maar ook een nieuwe, defensiebrede bedrijfsvoering op het gebied van in- en verkoop. Deze reorganisatie kreeg in 2006 zijn beslag.

In die nieuwe DMO kreeg Tjerk de functie van Hoofd van de afdeling Algemene Verwerving en Afstoting. Deze afdeling is belast met de aanschaffingen voor interne Defensie klanten buiten de eigen DMO en met het verkopen van al het overtollig materieel van Marine, Landmacht en Luchtmacht.

Ook de DMO moest bijdragen aan de grote reductie van de krijgsmacht. Een pilot op het gebied van elektronisch bestellen en factureren (EBF), die Tjerk al in 2004 was gestart, had aangetoond dat met dit instrument belangrijke voordelen waren te behalen. Tjerk kreeg de opdracht om EBF in te voeren en omdat Defensie al met andere departementen sprak over samenwerking op dit gebied, werd hij de projectleider van het interdepartementale EBF-project, waaraan zes departementen deelnamen. De ministerraad heeft inmiddels besloten dat deelname aan het vervolg van de eerste EBF implementatie voor alle departementen verplicht zal zijn.

Omdat de logistieke automatiseringssystemen binnen Defensie vervangen en geÔntegreerd moesten worden, is het initiatief tot het project SPEER genomen, de invoering van SAP voor de bedrijfsvoering op materieellogistiek en financieel gebied. In de beginfase was Tjerk lid van de Decision Making Unit (DMU) voor de pakket- en partnerkeuze. Later werd hij aangesteld als Procesmodel Houder voor verwerving en afstoting, waarmee hij voor heel Defensie verantwoordelijk was voor de inrichting van deze processen en de bedrijfsvoering die hiermee werd geraakt. Een belangrijk aspect van deze verantwoordelijkheid was het verandermanagement dat cruciaal bleek voor het bereiken van resultaten.

Naast alle projectverantwoordelijkheden bleef hij ook verantwoordelijk voor zijn afdeling. Het inkoopdeel van deze afdeling had een belangrijke portefeuille met enkele grote dossiers zoals de inkoop van alle brandstoffen voor Defensie en het voor de gehele rijksoverheid inkopen van energie. Bij dit laatste dossier stond innovatief en duurzaam aanbesteden voorop, alsmede moderne technieken als e-auctioning.

Het verkoopdeel van de afdeling, een sectie met slechts 8 personen, inbegrepen de ondersteuning, kreeg te maken met de verkoop van grote aantallen goederen. De niet-strategische goederen worden in de regel verkocht door de Dienst der Domeinen, maar wanneer dit in projectverband geschied, vaak government-to-government (GtG) en wanneer het strategisch materieel betreft, wordt dit gedaan door de DMO. In de periode vanaf 2003 tot op heden betrof dit contracten oplopend tot boven € 1 miljard. Bij de meeste contracten was Tjerk leider van de onderhandelingen. Er werden wapensystemen verkocht aan landen over de hele wereld. Grote contracten zijn afgesloten met o.a. Chili, Peru, Egypte, JordaniŽ, Canada, Portugal, Letland en Estland. Onderhandelingen zijn met nog veel meer landen gevoerd, o.a. met AustraliŽ en Griekenland. Voorbeelden van wapensystemen zijn de Leopard tank, YPR-765 Pantserinfantievoertuigen, M-109 artilleriesystemen, Orion vliegtuigen, M-fregatten, Mijnenbestrijdingsvaartuigen van de Alkmaarklasse, F-16 jachtvliegtuigen en Fokker F-50/60 vliegtuigen.

Tjerk Brouwer is per 1 januari 2011 met functioneel leeftijdsontslag gegaan. Per die datum heeft hij zijn eigen bedrijf opgericht met het doel zijn veelzijdige ervaring voor anderen te kunnen inzetten. Hij vindt zich te jong om stil te zitten en hij vindt het werk te leuk om thuis de groei van de geraniums te gaan managen.

(klik op menu ďdownloadsĒ om een compleet CV als pdf document te downloaden)

[Welkom] [Over ons] [Algemene voorwaarden] [Uitgebreid CV] [Diensten] [Nieuws] [Downloads] [Contact]